Motorrijtuigenbelasting voor ondernemers: tarieven en besparingen
Motorrijtuigenbelasting bepaal je niet zelf, maar er valt wel op te sturen: grijs kenteken, gewicht, brandstof en elektrisch. De knoppen op een rij.
Lees verder →
Op Prinsjesdag 2026 presenteerde het kabinet het Belastingplan 2027. Voor de auto van de zaak zijn vier dingen nu definitief: de pseudo-eindheffing van 12% op fossiele personenauto’s gaat per 1 januari 2027 in, met een overgangsregeling tot 1 januari 2031 voor auto’s die er al waren; elektrische auto’s krijgen in 2027 20% bijtelling over de eerste 30.000 euro cataloguswaarde en 22% daarboven; de youngtimergrens gaat naar 17 jaar in 2027 en 20 jaar vanaf 2028, in plaats van de eerder in de wet opgenomen sprong naar 25 jaar; en er komt een greentimerregeling met 14% bijtelling voor gebruikte elektrische auto’s.
Het Belastingplan 2027 dat gisteren op tafel kwam, bevat weinig volstrekt nieuwe autoplannen. Het is vooral het pakket waarin jarenlang aangekondigde maatregelen hun definitieve vorm krijgen, en op twee punten wijkt die vorm behoorlijk af van wat er tot nu toe in de wet stond.
De maatregel waar wagenparkbeheerders al twee jaar naar kijken, staat overeind. Vanaf 1 januari 2027 betaalt een werkgever jaarlijks 12% van de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm) over elke personenauto met CO2-uitstoot die hij aan een medewerker ter beschikking stelt voor privégebruik. Emissievrije auto’s vallen erbuiten. De heffing komt bovenop de bijtelling van de berijder en mag niet op de werknemer worden verhaald.
Nieuw in dit Belastingplan zijn de verzachtingen die de Tweede Kamer eerder vroeg en die nu formeel in het wetsvoorstel staan. De overgangstermijn voor auto’s die vóór 2027 al ter beschikking stonden, loopt door tot 1 januari 2031 in plaats van tot 17 september 2030, zodat werkgevers hun administratie niet halverwege een boekjaar hoeven om te gooien. Daarnaast komen er uitzonderingen voor vervangend vervoer bij schade of onderhoud (maximaal veertien aaneengesloten dagen), voor kortstondig gebruik van maximaal zeven dagen per kalenderjaar, voor lesauto’s van rijscholen en voor incidenteel taxivervoer. De volledige uitleg staat in ons artikel over de pseudo-eindheffing op fossiele auto’s.
Het afbouwpad voor de bijtelling op elektrische auto’s blijft ongewijzigd. In 2026 geldt 18% over de eerste 30.000 euro cataloguswaarde en 22% daarboven; in 2027 wordt dat 20% en 22%. Vanaf 2028 verdwijnt de korting helemaal. Het percentage dat geldt bij eerste tenaamstelling blijft zestig maanden staan, dus wie eind 2027 instapt, houdt dat lagere tarief tot in 2032. Wat dat betekent voor de rekensom, staat in elektrisch rijden via financial lease.
Ook buiten de bijtelling blijft elektrisch voorlopig voordeliger. De korting van 30% op de motorrijtuigenbelasting voor emissievrije personenauto’s loopt door tot en met 2028, zakt in 2029 naar 25% en verdwijnt in 2030. De bpm wordt voor 2027 alleen geïndexeerd: tarieven circa 1,5% omhoog, CO2-schijfgrenzen ongeveer evenveel omlaag.
Dit is de grootste verrassing van het pakket. In de wet stond dat de leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling per 2027 in één klap van 16 naar 25 jaar zou gaan. Dat gaat niet door. De grens wordt 17 jaar op 1 januari 2027 en groeit vanaf 1 januari 2028 door naar structureel 20 jaar. Het bijtellingspercentage blijft 35% over de waarde in het economische verkeer.
Er is bovendien overgangsrecht: een auto die eind 2026 al bij dezelfde persoon in gebruik was en in de loop van 2027 zeventien jaar wordt, mag heel 2027 nog onder de regeling vallen. Praktisch betekent het dat een auto van bouwjaar 2010 of ouder in 2027 gewoon youngtimer is. Wie nu een youngtimer koopt en er ook na 2028 mee wil blijven rijden, kijkt beter meteen naar bouwjaar 2008 en ouder, want anders valt de auto over twee jaar alsnog terug in het gewone regime.
Het kabinet introduceert een tegenhanger voor gebruikte elektrische auto’s. Onder de greentimerregeling krijgt een volledig elektrische auto van vijf tot acht jaar oud een bijtelling van 14%, voor maximaal drie jaar per auto. De instroom loopt van 2029 tot en met 2032, waarna de regeling in 2035 afloopt. Het doel is jonge gebruikte EV’s in Nederland te houden in plaats van ze te zien vertrekken naar het buitenland, en zo de restwaarde te stutten.
Voor wie nu financiert is dat vooral een signaal over de tweedehandsmarkt over een paar jaar. Wie de rekensom voor de eigen situatie wil maken, vindt bij zakelijke financiers zoals inleaseautos.nl maandbedragen voor zowel brandstof- als elektrische occasions.
Voor de eenmanszaak of vof zonder personeel verandert er weinig. De pseudo-eindheffing veronderstelt een werkgever die een auto ter beschikking stelt aan een werknemer, en die relatie is er niet met jezelf. Heb je wél personeel met een auto van de zaak, dan geldt de heffing voor die auto’s gewoon.
Voor de dga ligt het anders. Die staat op de loonlijst van zijn eigen bv, dus de bv betaalt vanaf 2027 de heffing over een fossiele dga-auto. Bij een cataloguswaarde van 50.000 euro gaat het om 6.000 euro per jaar, bovenop de bijtelling. Staat er de komende maanden een vervanging gepland en wordt het toch nog een benzine- of hybrideauto, dan scheelt terbeschikkingstelling vóór 1 januari 2027 vier jaar heffing. Uitstel, geen afstel, maar bij een looptijd van vier of vijf jaar telt het stevig mee.
De wetsvoorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer, wat traditioneel in december rond is, dus details kunnen nog schuiven. De richting ligt vast: fossiel rijden op de zaak wordt duurder, elektrisch blijft tot 2028 voordeliger, en de youngtimer krijgt een langere adempauze dan het er lang naar uitzag.
Dit artikel geeft algemene informatie en is geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. Fiscale regels en tarieven wijzigen jaarlijks; controleer bedragen en percentages voor jouw situatie bij de Belastingdienst of je boekhouder. Hoe wij werken en actualiseren lees je in ons redactiestatuut.